– 6. conclusies

Uit het onderzoek als geheel zijn enkele conclusies te trekken.

1. De algemene indruk die het onderzoek heeft gegeven is dat buitenlandse vrouwen geen problemen hebben met het herkennen en begrijpen van afbeeldingen.
Het vermoeden is gerezen dat vrouwen die taallessen volgen zelfs even goed als Nederlandse vrouwen in staat zijn een serie afbeeldingen waarbij geen tekst gegeven wordt te combineren tot een logisch geheel en het afgebeelde verhaaltje te begrijpen.
Alleen als het aan komt op het juist interpreteren van ruimtelijke situaties aan de hand van platte afbeeldingen zullen buitenlandse vrouwen meer fouten maken dan Nederlandse vrouwen.

2. Er zijn twee soorten van vragen in het onderzoek te onderscheiden: vragen die betrekking hebben op de persoonlijke voorkeur en vragen die een cognitief karakter hebben. Het is opmerkelijk dat er voor geen van de vragen naar de persoonlijke voorkeur verschil is aan te tonen tussen vrouwen die wel of die geen taallessen volgen. Het betrof hiervoor de voorkeur voor de portretten en de weergave stijl.
Daarentegen werd er bij de vragen die op inzicht en beeldmateriaal testten of op kennis, vaak wel een verschil gevonden. Meestal gaven de vrouwen die taallessen volgden op deze vragen een beter antwoord dan de overige vrouwen. Het betrof hierbij vooral de vragen over het begrijpen van een serie afbeeldingen en de bekendheid met klokken en kalenders

3. Op en aantal punten is het vermoeden ontstaan dat buitenlandse vrouwen toch anders naar plaatjes kijken dan Nederlandse vrouwen, bijvoorbeeld andere zaken in afbeeldingen belangrijker vinden.
De invulling van het plaatje vanuit de culturele achtergrond en de belevingswereld kan verschillende resultaten opleveren. Hierdoor bestaat de kans dat de afbeelding anders geïnterpreteerd wordt door een buitenlandse vrouw dan door een Nederlandse vrouw. Een voorbeeld hiervan is het plaatje van de moeder met de twee kinderen. Veel buitenlandse vrouwen keken in eerste instantie naar de leeftijd van de kinderen leidde daar hun conclusie uit af, terwijl Nederlandse vrouwen de belangrijkste informatie aflazen aan het perspectief.

4. In tegen stelling tot de uitkomsten uit het onderzoek van Fuglesang waarin de vrijstaande foto en hoge voorkeur genoot komt in dit onderzoek juist een afkeer van de vrijstaande foto naar boven.

Slot
Dit project “Beeldmateriaal en Buitenlandse vrouwen” bestaande uit een literatuurstudie en een veldonderzoek heeft mij een vrij kompleet beeld gegeven van de eisen waaraan visueel materiaal moet voldoen zodat het begrepen kan worden door buitenlandse vrouwen, maar ook door Nederlandse vrouwen.
Door deze ervaring men ik momenteel de mening toegedaan dat het zowel voor buitenlandse vrouwen als voor Nederlandse vrouwen even moeilijk is om een boodschap te destilleren uit zuiver beeldend materiaal waarbij geen begeleidende teksten zijn.
Bewezen heb ik deze stelling met behulp van dit onderzoek echter niet. Hiervoor zou een ander onderzoek nodig zijn.

Voor iedereen die geïnteresseerd is in de communicatiewaarde van beeldmateriaal en natuurlijk speciaal voor hen die ook nog voor buitenlanders werken heb ik mijn bevindingen op dit gebied samengevat in een leesbaar boekje. Met deze publicatie en deze presentatie van vandaag wordt het project “Beeldmateriaal en Buitenlandse vrouwen” afgesloten in de hoop dat in de toekomst een nuttig gebruik gemaakt zal kunnen worden van de onderzoeks- en studieresultaten.

Dit boekje is in de vorm van een pdf hier te downloaden