– 1. inleiding

Het onderzoek “Beeldmateriaal en Buitenlandse vrouwen” heeft uiteindelijk geleid tot de publicatie met de zelfde naam. Het handelt over beeldmateriaal dat moet kunnen communiceren in het algemeen en met buitenlanders in les- en voorlichtingssituaties in het bijzonder.

Groepen buitenlanders uit Turkije en Marokko zijn hier sinds 1960. Deze mensen hebben net zo als Nederlanders recht op informatie, vorming en educatie. Er zijn organisaties ontstaan die zich hier op richten. Met behulp van vele soorten van hulpmiddelen trachten zij de buitenlanders te bereiken met voorlichting en scholing. Een van die hulpmiddelen is drukwerk, vaak rijk voorzien van beeldmateriaal, omdat het percentage analfabeten onder Turken en Marokkanen er hoog is. Een vaak gehoorde klacht uit het veld is dat het beeldmateriaal niet communiceert, dit wil zeggen dat het niet begrepen wordt door de buitenlander. Hierdoor ontstond de behoefde aan onderzoek.

Omdat het analfabetisme onder vrouwen groter is dan onder mannen is het idee voor het project “Beeldmateriaal en Buitenlandse vrouwen” ontstaan.

Het doel van het project is als volgt te omschrijven:
“Te onderzoeken waar de knelpunten liggen in de communicatie door middel van visueel materiaal met Turkse en Marokkaanse vrouwen. (Met visueel materiaal wordt les- en voorlichtingsmateriaal bedoeld dat grotendeel bestaand uit tekeningen en foto’s.)”

Het resultaat van het onderzoek moet in een geschikte vorm gegoten worden zodat iedereen die werkzaam is met beeldmateriaal en Buitenlandse vrouwen van de verworven kennis gebruik kan maken. Er moet dus een beknopte handleiding verschijnen over het selecteren en ontwerpen van tekeningen en foto’s.

 

Het onderzoek is in twee delen uiteen gevallen:
– Een literatuurstudie
– en een veldonderzoek.

In de literatuurstudie is op zijn beurt weer een onderverdeling aangebracht:
(3 groepen)
– een oriëntatie op de doelgroep
– een analyse van het communicatieproces
– en een studie naar de al uitgevoerde onderzoeken op het gebied van visuele perceptie bij mensen van een niet-westerse afkomst.

De literatuurstudie gaf zeker niet op alle vragen rond het probleem een antwoord. Om de kennis die werd opgedaan tijdens de literatuurstudie te toetsen bij de Turkse en Marokkaanse vrouwen in Nederland en de lacunes in kennis aan te vullen werd het veldonderzoek uitgevoerd.